Maandag 18 december 1972: 89 km
Bijtijds opgestaan. Fiets opgepakt, ontbeten, kaarten gepost, nog wat inkopen gedaan en toen de RIL in B.A. opgebeld. Draadloos dus veel storing. Kreeg gelukkig een Hollander aan de lijn. De boot waar mijn fiets op zit gaat niet naar B.A en zal dus in Zuid Afrika overgescheept moeten worden. Met welk schip en wanneer het uiteindelijk aankomt, wist hij niet. Toen onderweg. Bij opstaan was het bladstil (klein kunstje want bomen kennen ze hier niet). Later begon het zachtjes te regenen en tegen de tijd dat ik weer op pad ging stond er weer dezelfde gezellige stevig bries als zaterdag. Dus weer zwaar werk. De weg was beter: ongeveer de helft redelijk asfalt en de rest gruis. Na een bergrug beklommen en weer afgedaald te hebben in een uiterst dorre vlakte beland. Begroeide zandduinen (foto nr. 54) en in de verte een uitgestrekt zoutmeer.

Behalve schapen en een soort taaie mussen geen teken van enig leven. Dit duurde ongeveer 30 km. Toen weer bergop. Foto nr. 55 toont een nis met bloemen halverwege de helling. Ter nagedachtenis aan een fataal ongeval. Moest de halve berg oplopen vanwege de wind. Daarna ging alles ineens voorspoedig: vond een waterput even van de weg af met heerlijk water. Pap gemaakt. Der wind draaide net genoeg om nu precies dwarsin te blazen. ’t Ging als vanzelf na alle tegenwind. Luid zingend door een vlak en dor landschap fietsend hoorde ik opeens grappige geluiden. Een drietal lama’s kwamen luid kwekkend op me af lopen. Ik als de bliksem mijn camera tevoorschijn gehaald, en zij er als de weerlicht vandoor. Doch iedere keer als ik riep, stopten ze om te luisteren. Te ver echter om een foto van te nemen. (Llama is Spaans voor: hij roept. Benieuwd of hier enig verband mee bestaat.) Even verder drie struisvogels, en nog wat verder een meertje met een twintigtal flamingo’s. Ook hier niet dicht genoeg bij kunnen komen om een foto van te nemen. Erg mooie vogels trouwens: grotendeels roze, maar met zwarte vleugeltoppen.
In El Salado water bij gevuld en toen nog zo’n 4 km door gefietst. Een mooie zonsondergang. In een droog rivierbed gekampeerd. Soep met spaghetti.
Dinsdag 19 december 1972: 88 km
Een warme dag met net als gisteren een stevige zijwind, ’s ochtens tegen en ’s middags mee. Erg slechte weg. Na ongeveer 55 km was er een motel/restaurant dat verkoeling bracht. Uitgebreid geluncht. Koon van de achteras vervangen. Even verderop was een iets gezelliger uitspatting waar ik mezelf tot half zes achter een paar glazen lauw bier heb vermaakt. Toen begon het iets koeler te worden en bij mezelf denkend: “Wat ik vandaag doe hoef ik morgen niet te doen”, ging het weer verder. Iets afwisselender terrein: lage heuvels waar de weg zich zonder al teveel stijgingen doorheen slingert. Geen windmolens meer. Kleiachtige grond hier waarop het water in grote plassen en kleine meertjes blijft staan. Ongeveer 30 km voorbij het eerste restaurant – Tres Cerros: Drie Heuvels - maakte de trapperas uiterst vreemde geluiden en liep erg aan. “Oei”, dacht ik. Want een reserve trapperas heb ik niet bij me. Afgestapt. Aan een troebel meertje een prachtig plaatsje om te kamperen gevonden: in de luwte van een paar grote rotsen op schoon zand. Mezelf gebaad en de was gedaan. Kampvuur gemaakt en een kop koffie gezet. Geen honger. Moest het bovendien kalm aan doen met drinkwater. Bij de ondergaande zon en de opkomende volle maan geprobeerd om de spiepennen te verwijderen en vervolgens de as te inspecteren, maar kreeg geen van beide pennen los. Draaide voor de grap de trapas eens rond en zie: het liep weer als een spoor! Me te ruste begeven.
Woensdag 20 december 1972: 117 km .

Vroeg op. Koffie gezet.Gewassen. Mezelf voor genomen het kalmpjes aan te doen vanwege de trapp[eras. Na ongeveen een uur rtijden brak de ketting. De reserve keeting – van de andere fiets – paste niet. Te smal. Een pennetje van de reserveketting paste echter wel, alhoewel iets aan de korte kant. Vrij zwaar bewolkt. ’s Ochtends weer wind tegen. Afwisselend landschap. Slechte weg. ’s Middags de eerste watermolen in zicht. Vrij slecht water. Pap gemaakt en wat uit geblazen. Daarna kwam er een bui opzetten die ik vóór kon blijven, doch waarvan het windsysteem de heersende westenwind ophief, zodat er goed door gefietst kon worden. Tijdens de afdaling naar de Rio Deseado de teugels wat teveel gevierd: lekke achterband. De eerste. Band geplakt en mezelf in de rivier gewassen. Heerlijk water. De bui dreef inmiddels voor bij. Daarna verfrist weer verder. Nog 10 km en toen begon een mooie asfaltweg. Toen begon het echter ook weer te waaien. Het windsysteem achter de bui leek de westenwind aan te wakkeren met als resultaat een krachtige wind waartegen ik nauwelijks op kon boksen. 1 Km voorFits Roy (sp?) brak de ketting weer. Gauw gefikst. Dit keer zat het pennetje er nog in. Fits Roy is een gehucht tot bloei gebracht door een Amerikaanse pijpleiding firma die aldaar haar basis heeft. Resultaat: vollekroegen, weinig eten voor veel geld, snauwerige bediening; in ’t algemeen dus een grote-stads mentaliteit. Na mezelf voo gegeten te hebben was het ongeveer 11 uur. Nog een stuk door gefietst want de wind was gaan liggen, de weg gaaf en vlak, de maan vol en ’t landschap oninteressant. Na ongeveer 15 km mezelf achter een paar struiken te ruste gelegd. Voldaan.
Donderdag 21 december 1972: 127 km.
Een goede dag om te fietsen. Vrij koel en weinig wind. Eerst nog een stuk vlakke, rechte weg. Doch toen begon het aantrekkelijker te worden: eerst een heel eind naar beneden. In de bodem van de vallei aan een stilstaand riviertje mezelf opgefrist (foto nr. 56). Daarna weer omhoog. Zonder veel moeite overigens. Bovenaan de top kwam de Atlantische Oceaan in zicht. De weg slingerde zich in mooie grote bochten naar beneden, om ongeveer 10 km voor Caleta Olivia de oceaan te bereiken. Kwam toen een Engels echtpaar tegen, die kop de Achillo Lauro zaten en in B.A. van boord waren gegaan. Reizen per auto rond de wereld. Gezellig koffie gedronken. Troosteloos landschap overigens: kale heuvels begroeid met lage struikjes en droog gras. Hier en daar een jaknikker, want er zit hier olie onder de grond. Stinkend kiezelstrand. Veel zeewier en bijna geen branding. In Caleta Olivia – een middelgroot, armoedig uitziend dorp – van een uitgebreide lunch genoten voor weinig geld. Bij een lokale fietsenmaker een nieuwe achter buitenband en een voorrek laten monteren onder veel bekijks van de plaatselijke jeugd, die vier maanden schoolvakantie heeft! De fietsenmaker was uiterst behulpzaam. Gaf me nog een stel koonpennen (spieën?), een pompslangetje, een stukje ketting, twee sinaasappels en een banaan. Gaf ook nog een korting op de prijs, zodat ik ongeveer fl. 6,= armer een buitenband en de andere genoemde voorwerpen rijker was. Daarna een plezierig stuk langs de oceaan gefietst. Lichte zeebries tegen. Tegen de avond weer de heuvels in. Met de helft van het gewicht naar voren geplaatst en mezelf in een goede conditie – 75 kilo - ging het als vanzelf. Prachtige luchten: donkerblauw en scherp afstekende, zonbelichte heuvels en kapen, een diepblauwe oceaan, vroegen erom om gefotografeerd te worden (foto nr. 57). Vlak voor de afslag naar Comodoro Rivadavia mijn bed gespreid tegen de helling van een heuvel, met uitzicht op de oceaan. Koffie gezet en een bord spaghetti (het laatste restje) met bouillon gekookt. Een zachte avond. Niet lang van het uitzicht genoten, want al gauw viel ik in slaap.
PS Nou, dat was het weer. Zit thans – vrijdagmorgen om ongeveer 9 uur in Comodoro Rivadavia deze brief af te schrijven. Post hem hier. Ga dan verder naar Sarmiento. Als jullie vlug zijn kunnen jullie dus toch nog post naar Chillán sturen. Ben daar D.V. over een kleine twee weken.